Ahmed Aboutalib
Afgelopen weekend was ik in Rotterdam. Ik reed langs de Maasoevers, over de Willemsbrug naar Zuid. Ik ken Rotterdam al mijn leven lang. Vroeger reden we door de stad als ik naar mijn grootouders in Dordrecht ging. De stad, de haven, het water, het heeft mij altijd getrokken, Tot op de dag van vandaag. Rotterdam is de enige stad van Nederland, die stelling durf ik wel aan. Grootsteeds, allure, wolkenkrabbers, gedurfde woningbouw. Rotterdam leeft.
Van die stad is Ahmed Aboutalib burgemeester. Ahmed Aboutalib komt uit Marokko. Ik ken de streek van zijn herkomst. Het noorden van het Marokkaanse koninkrijk, het is er droog, het is er heet, het is er koud. Het is een harde streek, de mensen zijn gastvrij maar ook net zo hard als hun omgeving. Ik zie geen enkele relatie tussen het Marokkaanse Rifgebied en Rotterdam.
Wat denkt Aboutalib als hij over de Boompjes loopt? Wat zijn zijn gedachten als hij vanuit de magnifieke vensters van het Nieuwe Luxortheater over de Maas kijkt? Ik weet het niet maar wel weet ik dat hij mijn kleine jongetjes herinneringen over de stad vast niet deelt. Hij komt immers uit Marokko en heeft heel andere jeugdherinneringen dan ik?
Mag ik van mijn hart geen moordkuil maken? Ik voel niets als ik over de Marokkaanse burgemeester van Rotterdam denk. Hoe vaak hoor je burgemeesters in spé niet zeggen dat ze “altijd al van de gemeente Noordwolde/Wijde Meren/Schouwen-Duiveland hebben gehouden” en daarom zo trots zijn dat ze er nu burgemeester worden. Quatsch. Ze zijn alleen maar blij dat ze die prestigieuze functie gekregen hebben en dat geldt natuurlijk ook voor Aboutalib. Maar bij hem komt er nog wat meer bij: hij heeft een geloofwaardigheidsprobleem. Als hij zegt altijd al van Rotterdam gehouden te hebben gaan er relatief meer wenkbrauwen omhoog dan bij kandidaten van autochtone oorsprong.
Ik zei het u al: ik maak u deelgenoot van mijn gevoelens op die eenzame zaterdagavond in Rotterdam. Hier sprak ik als kaaskop die Hollandser dan Hollands groot is gebracht en opgegroeid.
Ik heb Aboutalib ook gekend als radiopresentator. Ik promoveerde in 1989 en hij zat bij een Amsterdamse radio- en tvzender. Hij nodigde me uit in de uitzending om over de bevindingen van mijn onderzoek te spreken. Ik was verschillende malen bij hem in de studio, het was altijd leuk, en ook toen al sprak hij dat onberispelijke Nederlands. Ik volgde zijn carrière later en was niet verrast met de enorme vlucht die deze genomen had. Zoveel kwaliteiten in één man. Mijn petje neem ik af.
Ik loop al een tijdje mee in onze samenleving die meer en meer cultureel gekleurd is geraakt en ik verbaas me nergens meer over. Ik gun Aboutalib zijn functie en ik gun Rotterdam een steengoeie burgemeester, die hij zal blijken te zijn ondanks een haperend begin. Maar ik merk dat ik gevoelsmatig achter loop. Dat ik verstandelijk zeg dat het geweldig is dat de grootste havenstad van de wereld een allochtone burgemeester heeft maar dat ik dat niet voel als ik op het Noordereiland sta. Ik wil iets voelen dat er niet is.
Ik denk dat wat ik (niet) voel door veel Rotterdammers en mensen in het land gedeeld wordt. Ik denk ook dat het niet erg is en dat ook Aboutalib het wel kan begrijpen. Maar helaas voor het land worden deze gevoelens, of liever gezegd, de afwezigheid van gevoelens negatief geëxploiteerd. De Rotterdamse burgemeester krijgt van alles naar zijn hoofd geslingerd vanwege zijn afkomst. Daar kan hij zich niet tegen verdedigen en dat roept bij mij weer wel gevoelens op. De goede man zet zijn leven in voor het bestuur van Nederland en dat is al per definitie een hondenbaan (excusez-moi le mot). Dat hij kritiek krijgt is normaal maar dat hij kritiek krijgt op zijn afkomst is discriminatie.
Tegen dat laatste fenomeen wil ik het voorbeeld stellen van de joodse achtergrond van de voormalige Amsterdamse burgemeester, Job Cohen, misschien straks wel onze nieuwe minister-president. Daar hoor ik de Leefbaren niet over, daar zegt de PVV niets van. Het joodse geloof is minstens zo ‘afwijkend’ van de “gangbare Nederlandse overtuigingen” (wat die dan wel mogen wezen) als de islam dat is. Maar er wordt gezwegen. Waarom? Natuurlijk is er de angst voor antisemiet te worden uitgemaakt. De geschiedenis heeft immers zijn sporen nagelaten. Maar er zit een vorm van hypocrisie in: wel de Rotterdamse burgemeester aanspreken op diens achtergrond maar niet de voormalige Amsterdamse burgemeester. De joodse gemeenschap in Nederland heeft de Nederlandse samenleving verrijkt in taal, cultuur, denkwijze en bestuur. En de Nederlandse samenleving en overheid is de joden niet altijd zo goedgunstig gezind geweest, en dan druk ik me nog voorzichtig uit. De islamitische gemeenschap kan de Nederlandse samenleving dezelfde diensten bewijzen en rijkdommen geven. De tijd zal dat leren of beter gezegd: dat doet ze nu al. In onder andere de vorm van het burgemeesterschap van Rotterdam, voorwaar geen makkelijke baan.
Ik kan mijn gevoel niet veranderen. Ik ben in wezen altijd een kaaskop geweest en gebleven. Ik denk dat ik hetzelfde zal blijven voelen over de burgemeester van Rotterdam. Maar ik zal ook hetzelfde blijven voelen over de volstrekt onterechte kritiek op basis van iemands achtergrond die hij of zij immers nooit veranderen kan. Daar spelen mijn gevoelens flink op en dan weet ik dat het goed is.
Jan Jaap de Ruiter is arabist aan de Universiteit van Tilburg. Voor meer informatie: www.janjaapderuiter.eu




